Pascal Bastiaenen (Den Bosch, 1981) is een schilder pur sang met een fabuleuze techniek die doet denken aan de Oude Hollandse meesters. Zijn werk kenmerkt zich door een maatschappijkritische thematiek, geschilderd met een realistisch toets. Zijn thema’s refereren aan de economische crisis en politiek beleid.

“Ik zet negatieve gevoelens om naar tastbare esthetiek” – Pascal Bastiaenen

Gelukzoekers

“Vanaf het moment dat de mens zijn ideeën, gedachten en gevoelens is gaan verbeelden, verwoorden of verklanken, plaatst hij zich op een podium en richt hij zich naar buiten. Om dat wat hem bezielt kenbaar te maken aan de wereld. De ene keer is zijn taal raadselachtig, de andere keer helder en schijnbaar onmiddellijk verstaanbaar.

Pascal Bastiaenen is een schilder die vanuit grote maatschappelijke betrokkenheid zijn commentaar luid en duidelijk zichtbaar maakt. De tragiek van mensen op de vlucht, hun wanhopige maar ook heroïsche pogingen om te ontsnappen aan de gruwelen van oorlog, onrecht en geweld vormen de onderwerpen voor zijn grote expressionistisch geschilderde doeken. De gepassioneerdheid in zijn schilderstreken, zijn gesture, valt als een tautologie samen met zijn engagement. Het pasteuze verfgebruik lijkt ons het schilderij in te willen trekken alsof wij als het ware fysiek het onderwerp moeten ondergaan. Daarnaast roept zijn prominent gebruik van het clair-obscur een beklemmende duisternis op alsof dat wat getoond wordt het daglicht niet mag aanschouwen.

Maar hoe persoonlijk en direct Bastiaenens werkwijze zich ook aan ons opdringt, wij kunnen bij nadere beschouwing zien dat deze schilder tegelijkertijd voor een universele taal kiest. Zowel in zijn beeldende technieken als in zijn onderwerpen.

De overwegend grove verfstreken, het contrasterende kleurgebruik en de opvallende licht-donkercontrasten, plaatsen hem in een lange traditie van schilders. Al in het werk van 16de en 17de eeuwse meesters als Tintoretto, El Greco en Rembrandt zien we deze schijnbaar snelle en onmiddellijke schilderwijze; kunstenaars die in deze zin expressionisten avant la lettre zijn. En in de 19de eeuw zijn het Géricault en Delacroix die met een dynamische schilderstijl hun emotionaliteit en maatschappelijke betrokkenheid tonen.

Met het gebruik van scherpe licht-donker tegenstellingen kiest de schilder wederom een betrachte werkwijze om de dramatiek van het onderwerp extra weerslag te geven; de indringende schilderijen van Caravaggio kunnen in herinnering worden gebracht. In de 19de eeuwse Romantiek is dit beeldmiddel leidend in de doeken van kunstenaars als Francisco Goya en Caspar David Friedrich als versterking van de boodschap van het werk.

De strijd om het leven en het gevecht tegen de dood vormt het hoofthema in Gelukzoekers, zoals de titel luidt van de nieuwe schilderijen van Bastiaenen; doeken waarin heroïek en tragiek hand in hand gaan. En met de beeldmotieven waarvoor de schilder kiest, plaatst hij zich opnieuw in een artistieke traditie.

De schedels als symbool en duister teken van vergankelijkheid. We komen ze tegen in 17de eeuwse moraliserende genretaferelen, in Goya’s aanklachten tegen de verschrikkingen van de oorlog en in het werk van de eerste modernisten Van Gogh en Cézanne.

Pascal Bastiaenen schildert ze groot en geheimzinnig, waarin hij de zwarte kraters van de anatomie afwisselt met bloedrood, glanzend goud en sneeuwwit. Alsof hij ons de de complexe relatie van dood en leven wil toeschreeuwen.

Deze ambivalentie zien we eveneens in de doeken met de nietige overvolle bootjes in een alles overweldigende zee. Enerzijds lijken de golven de bootjes te verzwelgen, anderzijds kunnen de vloedgolven als een beschermende kraag worden gezien, die de mens voortstuwt naar een nieuw leven. Het wit van de schuimkoppen en de lichtstralen die het duister contrasteren roepen deze meerduidigheid op.

De mens als speelbal van het Leven, overgeleverd aan de onvoorspelbare golven van een woeste zee. Het schip en de zee, metaforen voor de mens en het bestaan, al zo gebruikt in de 16de en 17de eeuwse zeestukken van de Hollandse schilders en nog meer existentieel in het werk van 19de eeuwers als William Turner en Théodore Géricault wiens laatste met zijn indrukwekkende doek Het Vlot van de Medusa (1819) het erbarmelijke lot van achtergelaten opvarenden aan de kaak stelde.

Bebloede, gekwetste hoofden. Een rechtstreeks beeld van de kwetsbaarheid van de mens, getekend door het leven zien we in Gelukzoekers, de doeken waarnaar deze tentoonstelling is genoemd.
Man van Smarten. Hoe vaak zijn wij hem al niet tegen gekomen in de verbeelding van de Lijdende Mens..
Pascal Bastiaenen brengt zijn zorg om de wereld en zijn mededogen met de mens op een indringende wijze in beeld.

We kunnen er niet omheen.”

– Drs Marike van der Knaap, kunsthistoricus, september 2018